Over de auteur

Jesse tijdens zijn verblijf bij NichidaiMet zijn 125 kilo was Jesse Moerkerk misschien wel de kleinste bewoner van het sumohuis in Tokyo waar hij woonde en trainde tijdens zijn scriptie-onderzoek. Naast een afgeronde scriptie, bijzondere ervaringen en een hoop littekens heeft hij vooral een diepgewortelde liefde voor deze Japanse worstelsport overgehouden.

Toen hij vijf jaar oud was werd Jesse door zijn moeder meegenomen naar een judotraining bij sportschool Kenamju in Haarlem. Hij was meteen verkocht en totaal verliefd op het spelletje. En hoewel hij een redelijk getalenteerde judoka was, heeft hij nooit internationaal door kunnen breken.

Na vele jaren hard getraind te hebben en veel voor het judo opzij gezet te hebben, kwam een keerpunt. Jesse besloot minder te gaan trainen en niet meer als internationaal wedstrijdjudoka verder te gaan. Via een toevallige ontmoeting kwam hij in contact met het sumoworstelen, wat hem een interessante sport leek. Het bleek een erg leuke en mooie sport te zijn, waar hij zich ook fysiek zeer in thuis voelde.

In 2004 zette Jesse voor het eerst voet in de sumostal (intern opleidingshuis voor sumoworstelaars) van de Nihon University te Tokio. Deze stal is het huis waar alle worstelaars van het sumoteam van de Nihon University wonen en trainen. Hij keerde meerdere malen terug om uiteindelijk drie maanden in het huis te gaan wonen om daar onderzoek te doen voor zijn scriptie, aangezien de levenswijze, de sportbeleving, de instelling en de onderlinge verhoudingen bij de Japanse studenten in niets lijken op de Nederlandse ervaringen. Hij schreef zijn scriptie over de sociale structuren tussen sumoworstelaars onder de titel ‘Tradition and Belonging in Sumowrestling’ en studeerde daarop af aan de VU. Tegenwoordig is Jesse geen actief beoefenaar meer, maar volgt het professionele sumoworstelen op de voet.